Windturbines aan de Beninksberg: bezorgdheid, verantwoordelijkheid en keuzes
03 April 2026
De plannen voor windturbines nabij de Beninksberg zorgen voor verdeeldheid en begrijpelijke bezorgdheid bij buurtbewoners. Het beschermde landschap, mogelijke hinder en de impact op natuur en leefomgeving maken het debat bijzonder gevoelig. Tegelijk stelt de energietransitie ons voor onvermijdelijke keuzes: hoe halen we onze klimaatdoelstellingen zonder lokale ingrepen? Is de discussie werkelijk een simpel “voor of tegen”, of gaat ze over wie verantwoordelijkheid neemt en onder welke voorwaarden?
De plannen voor windturbines in de buurt van de Beninksberg zorgen voor onrust. Dat is begrijpelijk. Wie hier woont, weet wat dit landschap betekent. De open ruimte, het zicht op de heuvel, de rust, de biodiversiteit, dat is geen bijzaak. Dat is onze leefomgeving. Er zijn grote ongerustheden bij buurtbewoners over geluidshinder en de slagschaduw.
Bovendien is de Beninksberg niet zomaar een plek. De Beninksberg is aangeduid als beschermd cultuurhistorisch landschap. In het soort gebied dat Beninksberg is, moet worden aangetoond dat er géén negatieve effecten zijn op de natuurwaarden én dat de landschappelijke waarden niet onherstelbaar worden aangetast.
Tegelijk kunnen we niet om een andere realiteit heen: Wie de actualiteit volgt, weet dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen weer ter discussie staat. De zon en de wind hoeven niet door de straat van Hormuz te passeren en zijn hier vrij beschikbaar.
Maar ook de klimaatdoelstellingen dringen zich op: Zowel Europa als Vlaanderen leggen strenge normen op om de klimaatdoelstelling in 2030 te halen. Gemeenten moeten inspanningen leveren. Hernieuwbare energie is daarin essentieel. Aspiravi geeft aan dat de geplande turbines groene stroom zouden kunnen leveren voor ongeveer 8.000 gezinnen. Dat is aanzienlijk.
En dan rijst de vraag: waar staat Holsbeek? Dreigen we de boot voor een 2de keer te missen (windturbines Aarschot-Tielt-Winge) in het behalen van onze eigen klimaatdoelstellingen? Hoe gaat het lokaal bestuur de CO2-uitstoot verminderen op ons grondgebied? Hier krijgen we nog steeds geen antwoord op.
Misschien is het debat niet alleen “voor of tegen windturbines”, maar ook: wie ontwikkelt ze, en onder welke voorwaarden?
De projectontwikkelaar voor deze windturbines is Aspiravi, een 100% Belgisch bedrijf, waarin de gemeente Holsbeek via de holding Creadiv aandeelhouder is. Het verschil met grote internationale energiebedrijven is niet onbelangrijk. Grotere commerciële spelers hebben vaak aandeelhouders die vooral op rendement mikken en de winsten naar het buitenland doen afvloeien.
Dat roept een terechte bedenking op: als er toch windenergie in onze regio zal komen, want de kans is reëel dat ook andere, grotere spelers in de toekomst projecten zullen indienen voor deze locatie, is het dan niet verstandiger om te kiezen voor een partner met lokale verankering?
Dat betekent niet dat bezorgdheden verdwijnen. De impact op landschap en natuur blijft een essentieel punt. De beschermde status van de Beninksberg vraagt om uiterste zorgvuldigheid. Ook natuurinstanties geven het advies hier rekening mee te houden. Maar ook zij zien geen bezwaar tegen het plaatsen van de turbines, in een toch al groot verstoord gebied door de autostrade.
Zij stellen samen met ons de vraag: Wat is het alternatief? Zal de verandering in het klimaat ook geen bedreiging vormen voor onze plaatselijke natuur. Is de noodzaak van duurzame energie dan niet belangrijk in het beschermen hiervan? Zullen de natuurgebieden weerbaar zijn tegen droogtes en hittegolven die op ons afkomen?
Als we hier categoriek “nee” zeggen, wat betekent dit dan voor onze toekomst? Betekent dat dan dat er nergens in de omgeving windturbines komen? Of betekent het dat een ander, mogelijk minder lokaal verankerd bedrijf later terugkomt met een nieuw dossier?
Wat als na het onderzoek blijkt dat deze locatie voldoet aan de strenge Vlaamse regelgeving? En de richtlijn volgt om windturbines te plaatsen langsheen autostrades? Het is ook die strenge Vlaamse regelgeving die de overlast beperkt tot bvb max 8 uur slagschaduw per woning per jaar.
De discussie rond de Beninksberg gaat dus niet alleen over turbines in een landschap. Ze gaat over hoe wij als gemeenschap omgaan met verandering. Over de balans tussen bescherming en vooruitgang. Over de vraag of we wachten tot anderen beslissen, of zelf mee richting geven.
Misschien is dat de echte keuze waar we vandaag voor staan.